Publicaties / Sectoren

Verslag vierde werkconferentie KUO Next Agenda 2016-2020

Op woensdag 28 oktober 2020 vond de vierde werkconferentie in het kader van de KUO Next Agenda 2016-2020 plaats.

In drie rondes werd gesproken over de huidige agenda, de agenda voor de komende jaren en de ontwikkelingen in het werkveld. In samenwerking met ArtEZ werd de werkconferentie volledig digitaal georganiseerd. Studenten van ArtEZ maakten ook een visueel verslag van de verschillende sessies.


Ronde 1: KUO Next 2016-2020
De opbrengsten van de huidige KUO Next Agenda stonden centraal in de eerste ronde digitale bijeenkomsten. De vier KUO NEXT teams organiseerden elk een webinar over hun thema en deelden de resultaten van de huidige agenda. Wat zijn de belangrijkste uitkomsten? Welke ontwikkelingen zijn in gang gezet? Welke trajecten zijn gestart en waar heeft de samenwerking, zowel intern als extern, toe geleid? In iedere sessie werd gestart met een korte film waarin wordt teruggeblikt op KUO NEXT.

Internationaal en relatieagenda
Op welke manier realiseren we binnen onze instellingen en opleidingen perspectiefwissels en hoe zien we de functie van internationalisering daarin? Welke rol heeft internationalisering in het curriculum? Deze vragen komen voort uit de checklist internationalisering die door Team Internationaal is opgesteld.

In een panelgesprek onder leiding van Annemarie van Vliet (Codarts) spraken Jeroen Chabot (Willem de Kooning Academie), Madeleine van Lennep (BNO) en Jessy Koeiman (Kunstinstituut Melly, voorheen Witte de With) over het meer inclusief maken van het kunstonderwijs. Er werd geconcludeerd dat de ontwerpsector is nog behoorlijk wit is. Rolmodellen, zowel in het onderwijs als in het professionele veld, zijn van groot belang om hierin verandering te brengen. Tijdens het gesprek is het belang van het creëren van een veilige onderwijsomgeving benadrukt, net als het kritisch bekijken en mogelijk aanpassen van curricula. Het gesprek hierover moet bij alle onderwijsinstellingen gevoerd worden, en daar hoort ongemak bij.

In het tweede deel van de sessie gaf Eelko Steenhuis een presentatie over zijn werk voor UASNL (Universities of Applied Sciences, The Netherlands), waar hij vertegenwoordiger is van Nederlandse hogescholen binnen een Europese context.

Talentontwikkeling
Het talentenbeurzentraject dat het KUO afgelopen jaren samen met het Fonds Cultuurparticipatie opzette stond centraal in de sessie over talentontwikkeling. Doel van deze beurzen is de doorstroom van divers talent in het kunstonderwijs bevorderen. Ook culturele instellingen gericht op talentontwikkeling vervullen een belangrijke rol bij de scouting en selectie van talenten. Henk van der Meulen interviewde Elif Uzun, coördinator van het traject. Uzun richtte zich het afgelopen jaar op het plaatsen van de talenten. In september 2019 zijn dertien talenten gestart met een traject aan een kunsthogeschool. Tien van hen hebben het traject afgemaakt en studeren nu aan een vervolgopleiding. Eén van hen is Ciro Goudsmit. Hij is inmiddels toegelaten tot een bacheloropleiding Dans in Amsterdam. Tijdens de bijeenkomst deelde Goudsmit zijn ervaringen.

Aiman Hassani van Wedowe (culturele instelling gericht op talentontwikkeling) is één van de begeleiders van het talententraject en verzorgde het afgelopen jaar workshops voor de deelnemers. Annemarije Chamuleau van Fonds Cultuurparticipatie lichtte tijdens de sessie toe dat tijdens gesprekken met talenten uit het traject bleek dat jongeren een palet aan drempels ervaren bij de doorstroom naar het kunstonderwijs: naast culturele drempels onder andere ook financiële drempels, de afstand, drempels in informatievoorziening en netwerk. Gerichte en structurele acties zijn nodig om deze drempels te verlagen. Gesteld wordt dat diversiteit ook buiten de talenttraject prioriteit moet hebben voor de komende strategische agenda. 

Onder leiding van Annelies van Eenennaam werd tijdens een subsessie gesproken over de ontwikkeling van een talentontwikkelingstraject voor de beeldende kunsten.

Flexibilisering
Afgelopen jaar hebben de hogescholen met kunstonderwijs onderzoek gedaan naar flexibilisering, via de KUO FlexScan (zie downloads voor de rapportage). Tijdens de werkconferentie is op de uitkomsten daarvan voortgeborduurd met een discussie over hoe flexibel en weerbaar het kunstonderwijs over acht jaar moet zijn. Jos Schillings (HKU) leidde in de sessie over flexibilisering de discussie in en benadrukte dat door de coronacrisis de discussie over flexibilisering in een stroomversnelling is geraakt. Cor Noltee (HKU) modereerde een panelgesprek met studenten, alumni en docenten: Waar ligt hun behoefte aan flexibilisering en keuzevrijheid? Student Wout Peeters vertelde dat flexibilisering noodzakelijk is om meer te kunnen inspelen op de behoeften van studenten. Zelf studeerde hij  aan verschillende onderwijsinstellingen en benadrukte het belang van het kunnen volgen van minoren. Flexibilisering biedt ook de mogelijkheid tot meer verbinding met de arbeidsmarkt. Met projecten bouwen studenten een netwerk op waar zij na hun afstuderen profijt van hebben.


 

Student Wout Peeters vertelt over Free Choice, waarin hij zelf zijn programma vormgaf. 
 


Visueel verslag gemaakt door Celine Caly en Manouk Grootarts


Onderzoek
Martje van Ankeren, van Regieorgaan SIA, leidde de sessie over onderzoek en gaf een toelichting op praktijkgericht onderzoek. Er is sprake van interactie tussen onderzoek, onderwijsinnovatie en innovatie van de beroepspraktijk. In opdracht van SIA werd afgelopen jaar onderzocht hoe het praktijkgerichte onderzoek in de kunsten kan worden versterkt. Naar aanleiding daarvan is een aantal adviezen geformuleerd. Zo is er meer focus en samenhang nodig binnen al het onderzoek in de kunsten in Nederland en moet de onderzoekscapaciteit worden vergroot. Er is behoefte aan structurele en duurzame netwerken en verbetering van de kwaliteit. Tot slot moet praktijkgericht onderzoek in de kunsten zichtbaarder en herkenbaarder worden.

Debbie Straver (HKU) lichtte toe dat het lectorenplatform Kunst ≈ Onderzoek bovenstaande als één van de doelen formuleerde in de KUO Next Agenda. Het lectorenplatform fungeert als spreekbuis en vergroot de zichtbaarheid van onderzoek in kunsten, onder andere door middel van een website.
René Bosma (AKV| St. Joost) gaf een uitleg over het traject voor het Professional Doctorate, een derde cyclus voor de kunst- en creatieve sector. 


Ronde 2: Nieuwe strategische agenda
In de tweede ronde is in kleine groepen gesproken over de nieuwe strategische agenda. Afgelopen maanden is onder leiding van het sectoraal adviescollege kuo gewerkt aan deze nieuwe agenda. In tien sessies gingen deelnemers in gesprek met leden van het sac kuo over de agenda. Vier sessies richtten zich op Onderzoek; zes sessies gingen over Leven Lang Ontwikkelen. De inbreng van de sessies wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de nieuwe strategische agenda, die begin 2021 gereed is.


Ronde 3: In gesprek met het werkveld
Wilma Franchimon (Codarts) voerde een gesprek met Jan Zoet (voorzitter Kunsten ‘92, directeur Zuiderstrandtheater en vanaf 2021van Amare), Maria Hansen (executive director ELIA) en Arlon Luijten (regisseur, game-designer, researcher, community-artist en docent) over hoe de ontwikkelingen in het werkveld zich terugvertalen in het KUO en hoe het KUO opleidt voor het werkveld van morgen.

De sprekers stonden stil bij de actualiteit. Wilma Franchimon benadrukte dat de nieuwe strategische agenda ook verder vooruitblikt. Onderwerpen als maatschappelijke betrokkenheid en ondernemendheid van studenten horen daar bij. Arlon Luijten reflecteerde op wat het betekent als van studenten verwacht wordt dat zij meer sociaal betrokken zijn. Verwatert hun artistieke profiel of moeten we op een hele andere manier naar het vak gaan kijken? Jan Zoet vertelde dat hij op allerlei plekken in de sector veerkracht ziet en benadrukte dat de noodzaak van kunst en cultuur juist in deze tijd evident is. Hij refereerde aan een recent opiniestuk van econome Barbara Baarsma, die stelt dat de herstart van Nederland gedragen zal moeten worden door de kunstenaars en creatievelingen.
 

 
Visueel verslag gemaakt door Celine Caly, Kaspar Quaink en Manouk Grootarts


Arlon Luijten stelde dat kunstenaars nieuwe vaardigheden nodig hebben in de toekomst. Zij moeten onder andere een dialoog kunnen voeren met partijen buiten de kunstsector. Maria Hansen vulde aan dat leren nadenken over de toekomst echt moet worden ingebed in het curriculum. Hoe ziet de wereld er over 20 jaar uit? Studenten moeten in het onderwijs worden meegenomen in hun rol daarbij. Arlon Luijten en Jan Zoet nuanceerden ook: van de kunsten kan niet verwacht worden dat zij alle problemen oplossen. Wilma Franchimon benadrukte dat het gaat om een andere manier van communiceren, om in contact te blijven met de omgeving. Alleen goed een instrument kunnen spelen is niet genoeg: het gaat erom wat je ermee doet en wat je ermee wil bereiken. Tijdens de (autonome) opleiding zouden kunststudenten meer moeten worden getraind in het ontmoeten en bevragen van de ander. Zij leren hiermee professionaliseren. Als studenten dat leren, dan kunnen zij na afstuderen ook heel succesvol zijn in een werkveld buiten de kunsten.

Het gesprek werd afgesloten door een performance van studenten van ArtEZ, waarin zij terugblikten op de werkconferentie en alle onderwerpen die daarin aan de orde kwamen.


Zie ook: Werkconferenties in het kader van KUO NEXT 2016-2020


Gerelateerde artikelen