Vrijdag 29 mei organiseerde het hbo kunstonderwijs een werkconferentie bij Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Deze werkconferentie stond in het teken van het afsluiten van de huidige sectoragenda, de verkenning door de commissie Bussemaker en vooruitkijken naar een nieuw sectorplan.
Afsluiting sectoragenda hbo kunstonderwijs 2021-2025
De afgelopen vier jaar hebben de hogescholen met kunstopleidingen via de sectoragenda intensief samengewerkt aan het kunstonderwijs van de toekomst. Wat deze agenda heeft opgeleverd, is samengebracht in een eindrapportage die tijdens de werkconferentie werd gepresenteerd. Daaruit blijkt dat het hbo-kunstonderwijs binnen alle thema’s stevige ontwikkelingen laat zien.
In de sectoragenda legden de hogescholen gezamenlijke ambities vast op de thema’s veerkrachtige sector, leven lang ontwikkelen en onderzoek tussen onderwijs en beroepspraktijk. Ook maakten zij afspraken over zelfsturing op studentenaantallen.
Enkele voorbeelden van de voortgang
Zo hebben alle scholen op het gebied van sociale veiligheid, in lijn met de gezamenlijke afspraken, gewerkt aan een structuur en cultuur die sociale veiligheid bevordert. Ook binnen het domein van onderzoek zijn belangrijke stappen gezet: de rol van onderzoek binnen het onderwijs is aangescherpt en voor de PD‑pilot is het programma Kunst+Creatief ontwikkeld. Daarnaast is voor het nieuwe thema regeneratief kunstonderwijs een gespreks- en visiedocument opgesteld en zijn diverse inspirerende beroepspraktijken in kaart gebracht.
Meer informatie over de opbrengsten binnen de instellingen en voor het gezamenlijke kunstonderwijs is te vinden in de eindrapportage.

Verkenning door commissie Bussemaker
Tijdens de werkconferentie stond ook de verkenning van de commissie Bussemaker centraal. Dit voorjaar bracht de commissie onder leiding van Jet Bussemaker het advies ACT! Naar een assertief, collectief en transformatief kunstonderwijs uit. In een panelgesprek, geleid door David Lauwen (collegevoorzitter Codarts), gingen zes sprekers in op de maatschappelijke betekenis van kunstonderwijs, de waarde van creatieve makers voor de samenleving van morgen en de vraag hoe het kunstonderwijs zich opnieuw kan en moet definiëren.
Maatschappelijke waarde en perspectieven van creatieve makers
Edo Righini (directeur De Doelen, lid Raad voor Cultuur) vertelde hoe creatieve makers waarde creëren en ging in op het belang van het meenemen van perspectieven van publiek en gebruikers. Henrike Gootjes (beeldend kunstenaar, docent bij ArtEZ) ging in op de regeneratieve kracht van kunst. Bregt van Deursen (programmamaker, alum van ArtEZ) zette uiteen dat verbeelding een belangrijke kracht is voor verandering en dat creatieve makers met hun andere blik en het inbrengen van andere perspectieven van grote waarde zijn.
Blijven vernieuwen van kunstonderwijs
In het panelgesprek kwam ook de noodzaak aan bod om het kunstonderwijs te blijven vernieuwen en om talent, kwaliteit en curriculum opnieuw te doordenken. Fabiola Camuti (lector Critical Creative Pedagogies, HKU) riep hogescholen op hun rol als kennisinstelling te versterken. Christianne Mattijssen (directeur Erfgoed en Kunsten, OCW) wees op de veelvormigheid van kunst en kunstenaars en op de veelvormigheid waarvoor het kunstonderwijs opleidt. Zij pleitte ervoor geen “bellen” te blazen (losse, op zichzelf staande makers) maar “schuim” te maken van veel makers met substantie en draagkracht. Dat vraagt om het maken van keuzes.
Sjoerd Feitsma (directeur Platform ACCT, lid van de verkenningscommissie) onderstreepte het belang voor het kunstonderwijs om verbinding te leggen met andere maatschappelijke domeinen.

Nieuw sectorplan
Na het panelgesprek gingen de deelnemers uiteen in vier thematische sessies: (breed) talent, onderzoek, digitale transformatie en duurzame praktijken. Daar bespraken zij welke onderwerpen in een nieuw sectorplan moeten komen. Ze keken ook welke thema’s de individuele opleidingen en instellingen overstijgen en die de sector gezamenlijk kan oppakken. Tot slot verkenden zij welke bestuurlijke keuzes nodig zijn om het nieuwe sectorplan uitvoerbaar te maken. Hiermee is de basis gelegd voor een nieuw sectorplan dat in de komende maanden verder vorm krijgt.