Actualiteit

Covenant doorstroom mbo hbo mooie volgende stap in verbetering aansluiting

2019 09 05 img 3451

Vandaag hebben de voorzitters van de Vereniging Hogescholen, Maurice Limmen, en de voorzitter van de MBO-raad, Ton Heerts, in het bijzijn van minister van OCW Ingrid van Engelshoven hun handtekening gezet onder het convenant doorstroom mbo-hbo. In vele regionale samenwerkingsprojecten spannen hogescholen zich samen met het mbo en het vo in om de doorstroom verder te verbeteren. De Vereniging Hogescholen en de MBO Raad zetten een nieuwe stap in de verbetering van de aansluiting en doorstroom tussen mbo en hbo het ondertekenen van het convenant ‘doorstroom mbo-hbo’. De doorstroom van het mbo naar het hbo is nog steeds dé emancipatieroute voor eerste generatiestudenten naar het hbo. Daarbij speelt een goede voorbereiding vanuit het mbo naar het hbo een belangrijke rol. Maar ook goede begeleiding van de mbo student in het hbo. De eerste 100 dagen zijn daarin cruciaal.

De Vereniging Hogescholen en de MBO Raad leggen met dit convenant vast dat zij zich samen zullen inspannen voor een eerlijke kans voor iedere student met een mbo4-diploma die de ambitie heeft om een hbo-opleiding af te ronden. Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen: ‘Binnen het mbo en hbo wordt op een andere manier lesgegeven. Onderwijs in het hbo is meer groeps- en projectmatig ingericht dan in het mbo. Met dit convenant onderstrepen we onze inzet voor een makkelijkere overstap: door studenten al in het mbo voor te bereiden via de keuzedelen hbo en begeleiding op maat te bieden in het hbo. Gebleken is dat de eerste honderd dagen cruciaal zijn. Passende studiebegeleiding vanaf dag een is cruciaal. Scholen gaan regionaal maar ook landelijk hun best practices met elkaar delen zodat we dit convenant samen tot een succes in de praktijk maken.’

Focus op regionale samenwerking
ROC’s en hogescholen pakken zélf de regie op het verbeteren van de aansluiting en doorstroom van hun studenten. Handvatten zit in regionale samenwerking dicht op de problematiek, ook gezien de regionale verschillen. De regionale samenwerkingsverbanden tussen mbo en hbo-instellingen zijn hierin de belangrijkste actor.

Landelijke kennisdeling
Door het creëren van een infrastructuur voor een kennisbasis voor alle instellingen, bereiken we goede informatievoorziening en -uitwisseling én het delen van goede voorbeelden . Dat wat goed gaat in de regio delen we ook op landelijke niveau. Meer zichtbaarheid geven aan de regionale samenwerking wordt daarbij het doel; waarbij de sector als geheel profijt gaat krijgen van succesvolle regionale samenwerking.

Samenwerken aan maatschappelijke uitdagingen
Duurzaam wonen en duurzaam voedsel produceren, het bestrijden van armoede en de stijgende gezondheidskosten nu Nederlanders steeds ouder worden, allemaal voorbeelden van maatschappelijke uitdagingen waar het beroepsonderwijs elke dag gezamenlijk aan werkt om tot oplossingen te komen. Hogescholen en mbo-instellingen zullen de samenwerking op dit soort thema’s versterken; bijvoorbeeld door gezamenlijke projecten waarin – midden in de arbeidsmarkt - samen wordt gewerkt aan oplossingen. Op die manier ontmoeten werkgevers, professionals, docenten, onderzoekers en studenten uit het mbo en het hbo elkaar vaker. Maatschappelijke uitdagingen kunnen een katalysator zijn om samenwerking tussen de onderwijssectoren te stimuleren.

Ton Heerts, voorzitter van de MBO Raad: ‘Heel veel scholen in zowel mbo als hbo zijn al volop met dit onderwerp bezig in vrijwel alle regio’s. We geven met die ontwikkeling, met dit convenant, een extra impuls. Het laatste jaar van studenten die een mbo4-opleiding doen is enorm belangrijk. Het vormt het slot van de opleiding maar is voor een groot deel van de studenten ook de voorbereiding op een vervolgstudie. Met dit convenant spreken mbo en hbo nogmaals uit zich in te spannen om dit mogelijk te maken.’

Cijfers en context
De route mbo-hbo is waar zo’n 40% van de mbo-studenten voor kiest na het bepalen van het mbo4-diploma. Dit zijn jaarlijks ruim 35.000 studenten, en is ca 32% van de instroom in het hbo.  De afgelopen jaren is het aantal studenten dat hun hbo-opleiding niet afrond juist onder studenten afkomstig uit het mbo gedaald. De Associate degree neemt een bijzondere plaats in de aansluiting tussen mbo en hbo en groeit snel in populariteit. De instroom nam het afgelopen jaar maar liefst met 35% toe. Deze tweejarige hbo- opleiding is bij uitstek geschikt voor de mbo-student.

Gerelateerd

Aantal inschrijvingen hbo stabiliseert

Actualiteit

Er hebben zich in het studiejaar 2019 - 2020 0,3% meer studenten aangemeld voor een hbo - bachelor of associate degree - opleiding dan een jaar geleden. Daarmee stabiliseert de groei van de inschrijvingen in het hbo ten opzichte van het aantal inschrijvingen van vorig jaar. Er is met name bij de Associate degree een stijging te zien van maar liefst 21,9%. “De grootste absolute stijging bij de bacheloropleidingen zien we bij de verpleegkunde-opleiding (12,3%). Dat is goed nieuws op termijn voor de ziekenhuizen en verpleeghuizen die zitten te springen om extra personeel”, aldus Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen.

Lees meer

Geslaagd #HBOdebat 'Professionals voor morgen'

Actualiteit

"Het was een goed debat over de toekomst en de strategische agenda van het hbo vanmiddag. Hoe professionals van morgen op te leiden? En goed om kennis te maken met medebestuurders uit heel Nederland", twitterde Joeri van den Steenhoven, CvB-lid Hogeschool Leiden, na afloop van het '#Hbodebat: Professionals voor morgen' op 2 oktober jl. in Den Haag. Samen met een gemeleerd gezelschap van vijf Tweede Kamer woordvoerders hoger onderwijs, docenten, studenten, adviseurs, hbo-bestuurders en vertegenwoordigers van hbo-partners nam hij deel aan het tweede #hbodebat van dit jaar.

Lees meer

Gelijkwaardig maar verschillend: hogescholen en universiteiten werken samen aan de toekomst van het stelsel

Actualiteit

Vandaag hebben de universiteiten en de hogescholen een gezamenlijk position paper gepubliceerd. De universiteiten en hogescholen hebben in dit paper gezamenlijke ambities geformuleerd en prioriteiten benoemd voor de komende jaren. De focus ligt op meer differentiatie binnen het stelsel van hoger onderwijs, tussen instellingen, in onderwijsaanbod en in persoonlijke routes van de student. Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen: ”We doen dit alles vanuit de basisgedachte dat hogescholen en universiteiten “gelijkwaardig, maar verschillend” zijn. We willen ervoor zorgen dat Nederlandse studenten sneller op de voor hen meest geschikte opleiding terecht komen.“ VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg: “We willen samen stappen zetten om het stelsel van hoger onderwijs voor te bereiden op de toekomst. Met meer samenwerking kunnen we meer betekenen voor studenten en maatschappij.”

Lees meer