Links Feite Hofman, directeur‑generaal Hoger Onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie bij het Ministerie van OCW. Rechts Dick Pouwels, bestuurslid van de Vereniging Hogescholen en portefeuillehouder onderzoek, tevens voorzitter van de Hanze in Groningen.
Met hun nieuwe Strategische Onderzoeksagenda (2026-2030) die vandaag is gepubliceerd, zetten hogescholen de komende periode in op innovatie, arbeidsproductiviteit en talent. Praktijkgericht onderzoek levert direct toepasbare oplossingen op voor publieke organisaties en bedrijven, zoals het (regionale) mkb. Het zorgt voor een sterke aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Zo blijven opleidingen actueel en worden professionals voorbereid op snel veranderende sectoren. Het praktijkgericht onderzoek van hogescholen fungeert als “motor van verandering".
Nederland staat voor grote opgaven: de energietransitie, transitie van de zorg, arbeidsmarktkrapte, technologische versnelling en de noodzaak om ons verdienvermogen te versterken. Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen: “Het hoger beroepsonderwijs speelt hierin een sleutelrol. Praktijkgericht onderzoek zorgt voor een blijvende optimale aansluiting van het hbo op de arbeidsmarkt die razendsnel verandert door technologie, zoals AI.”
Hogescholen zijn uitgegroeid tot belangrijke kennispartners in de economie. Zij spelen een centrale rol in regionale ecosystemen die steeds meer draaien om kennis en innovatie. Het aantal onderzoekspartners is de afgelopen tien jaar vertienvoudigd, tot ruim 64.000 partijen.
Uniek voor hogescholen is dat zij naast grote bedrijven en publieke instellingen bij uitstek ook het mkb weten te bereiken; ongeveer driekwart van de partners is mkb-bedrijf. Voor het mkb is de hogeschool vaak “de R&D-partner om de hoek”: goed bereikbaar, snel en praktisch. Bedrijven en instellingen kloppen aan met concrete innovatievragen: van energiezuinige recycling van plastic tot inzet van drones en robotica in de landbouw, defensie en zorg.
Forse uitbreiding
Hogescholen zijn klaar voor een forse, verdere schaalvergroting van praktijkgericht onderzoek, zo staat in de Strategische Onderzoeksagenda. Dat vraagt om een robuuste onderzoeksorganisatie en voldoende middelen (grofweg een verdubbeling van de bestaande bekostiging), met als stip op de horizon een verhouding onderwijs-onderzoek van 75-25 procent waarbij de sterke verbinding tussen onderwijs-onderzoek-praktijk de kern blijft.
Hogescholen willen daarmee hun verbindende rol in regionale ecosystemen uitbouwen om over de volle breedte een volwaardige bijdrage te kunnen leveren aan thematische beleidsagenda’s in Nederland en in Europa, inclusief de vier strategische domeinen van het industriebeleid (halfgeleiders, biotechnologie, defensie-gerelateerde toepassingen en digitale diensten) en andere urgente maatschappelijke opgaven. Zo versterken hogescholen het verdienvermogen van Nederland en maken zij de samenleving sterker, weerbaar en veerkrachtig.