Onderwijssector zet in op talent voor toekomstige welvaart
De Nederlandse onderwijssectoren – vertegenwoordigd door PO-Raad, VO-raad, MBO Raad, Vereniging Hogescholen en Universiteiten van Nederland – hebben een gezamenlijke intentieverklaring ondertekend, in aansluiting op de Talentstrategie van het kabinet.
“De arbeidsmarkt verandert razendsnel. Wie wil inzetten op brede welvaart, moet investeren in de ontwikkeling van mensen, juist ook tijdens hun loopbaan. Talentontwikkeling begint bij onderwijs. Deze intentieverklaring onderstreept onze gezamenlijke ambitie om talent optimaal te ontwikkelen en te benutten ten behoeve van de arbeidsmarkt,” zegt Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen." Nederland staat voor grote maatschappelijke en economische opgaven, terwijl de krapte op de arbeidsmarkt toeneemt. Voldoende goed opgeleid talent is daarbij cruciaal. De onderwijssectoren benadrukken dat talentontwikkeling begint bij de erkenning dat iedereen talent heeft en dat dit gericht ontwikkeld moet worden.
Focus op cruciale sectoren
De behoefte aan talent is het grootst in sectoren die bepalend zijn voor de toekomst van Nederland, zoals digitalisering en AI, veiligheid, life sciences en biotechnologie en energie- en klimaattechnologie. Daarnaast hebben maatschappelijk cruciale sectoren zoals het (funderend) onderwijs, de kinderopvang, het sociaal domein, de eerstelijns- en ouderenzorg en de woningbouw te kampen met hardnekkige personeelstekorten. Bovendien is op de hele arbeidsmarkt behoefte aan innovaties die de arbeidsproductiviteit verhogen, zodat beschikbaar talent optimaal kan worden benut. De onderwijssectoren willen daarom actief bijdragen aan de Talentstrategie van de ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat, in nauwe samenwerking met overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke partners.
Doorlopende studiekeuze en loopbaanoriëntatie
De vijf onderwijskoepels zetten gezamenlijk in op het versterken van studiekeuze en loopbaanoriëntatie in de hele onderwijsketen. Dat begint al in de kinderopvang, waar jonge kinderen cruciale stappen in hun ontwikkeling zetten. Het primair en voortgezet onderwijs zorgen voor een stevige basis voor alle leerlingen, door versterking van het nieuwe curriculum, zodat basisvaardigheden (taal, rekenen, burgerschap en digitale vaardigheden) over de volle breedte indirect meer aandacht krijgen. Leerlingen en studenten moeten zich breed kunnen oriënteren op opleidingen en beroepen en hun talenten gericht kunnen ontwikkelen. Daarbij is er aandacht voor een betere aansluiting tussen onderwijssectoren, meer samenhang in de overgangen en een evenwichtige waardering van praktische en theoretische vaardigheden. Ook wordt ingezet op kennismaking met technologie en digitalisering en op versterking van de instroom in technische en bètaprofielen en lerarenopleidingen.
Om- en bijscholing
De onderwijssectoren zetten in op het versterken van om- en bijscholing (leven lang ontwikkelen) om beter in te spelen op veranderingen op de arbeidsmarkt. Onderwijsinstellingen in het mbo, hbo en wo breiden hun aanbod uit, met specifieke aandacht voor sectoren waar de maatschappelijke opgaven het grootst zijn.
Daarbij werken instellingen regionaal samen en stemmen zij hun aanbod af met werkgevers en overheden. Zo moet het aanbod beter aansluiten op de vraag naar vaardigheden en bijdragen aan duurzame inzetbaarheid van werkenden. Ook wordt gekeken naar het aanpassen van knellende regelgeving zodat publieke onderwijsinstellingen makkelijker een flexibel en modulair aanbod kunnen samenstellen.
Zes actielijnen
De gezamenlijke inzet richt zich op zes actielijnen:
· versterking van basisvaardigheden;
· benutten van ieder talent;
· versterking van om- en bijscholing;
· meer studenten opleiden voor sectoren met grote tekorten;
· vergroten van innovatiekracht en vaardigheden van alle studenten;
· gericht aantrekken en behouden van internationaal talent.
Concrete voorstellen
De onderwijssectoren werken deze actielijnen de komende periode verder uit in concrete voorstellen (proposities). Daarin benoemen zij zowel hun bijdrage als de randvoorwaarden die nodig zijn om de Talentstrategie succesvol uit te voeren. Daarbij wordt ingezet op partnerschap met het ministerie van OCW en andere departementen, in samenwerking met werkgevers en maatschappelijke organisaties.