Actualiteit

Afgestudeerde leraar tevredener over baan

Vh banner 1 2

Afgestudeerde hbo’ers zijn in 2018 tevredener over hun baan. Vooral de onderwijssector springt in het oog. De onderwijssector heeft de hoogste stijging in baantevredenheid in vergelijking tot afgelopen jaar. Waar in 2017 74% van de pas afgestudeerde leraren met tevredenheid terugblikte op het eerste werkjaar, is in 2018 79% tevreden over het werk. Deze stijging in baantevredenheid blijkt ook uit een daling in pasafgestudeerde leraren die op zoek zijn naar ander werk (16% in 2016, 11% in 2017, en 7% in 2018). Dit blijkt uit de nieuwe HBO-Monitor, het jaarlijkse onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van afgestudeerde hbo-studenten. “Deze  cijfers gaan de goede kant op. We leiden steeds meer pabo-studenten op. Maar het is natuurlijk essentieel dat ze na hun opleiding ook daadwerkelijk met plezier in het onderwijs aan de slag blijven”, aldus Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen.

Hbo’ers iets sneller aan het werk
De afgestudeerden vinden niet alleen sneller werk, maar ook meer afgestudeerden werken op hbo-niveau, circa anderhalf jaar na afstuderen; in 2018 is dit aandeel toegenomen tot ruim 81%. Slechts 10% heeft langer dan 3 maanden nodig gehad om aan een baan te komen (12% in 2017 en 15% in 2016). De baankwaliteit van werkzame hbo’ers is dan ook op bepaalde aspecten verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Zo werkt 81% op minimaal hbo-niveau (80% in 2017), verdient de hbo ‘er meer per uur (€15,04 tegenover €14,89 in 2017) en hebben ze veel vaker een vast contract (51%, tegenover 44% in 2017). Daarnaast is 76% is positief tot zeer positief over aansluiting opleiding en baan en heeft ruim  3 op de 4 afgestudeerden (78%) een baan in het eigen vakgebied.

Afgestudeerde technici verdienen het meest en hebben vaker vast contract
Hbo’ers die een technische studie hebben gevolgd verdienen anderhalf jaar na afstuderen gemiddeld het meest, €2588 bruto per maand. 59% heeft een vaste aanstelling, terwijl dit gemiddeld 51% is bij afgestudeerden (voltijd). Ook werken ze het meest aantal uren per week (38 uur t.o.v. 34 uur gemiddeld).
 
Werkloosheid stijgt licht

De werkloosheid onder hbo-afgestudeerden is voor het eerst sinds vijf jaar licht is gestegen naar 3,6% in 2018 (was 3,2%). Mogelijk is dit toe te schrijven aan een lichte afname in de krapte op de arbeidsmarkt. Wel vinden hbo’ers in alle sectoren sneller een eerste baan. 

Afgestudeerden van deeltijdopleidingen minder vaak werkloos
De stijging in werkloosheid geldt niet voor afgestudeerden van deeltijd hbo-opleidingen. Sterker nog: onder afgestudeerden van deeltijdopleidingen is de werkloosheid met bijna één procentpunt gedaald: van 2,4% naar 1,5%. Dit komt waarschijnlijk doordat ruim de helft van de deeltijders al tijdens de studie een baan had. Door de aantrekkende economie van de laatste jaren zijn dat ook vaak banen die goed aansloten bij de gevolgde opleiding. 


Over de HBO-Monitor 
De HBO-Monitor is een jaarlijks onderzoek dat wordt uitgevoerd door het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van Maastricht University. Gedetailleerde informatie kunt u vinden op onze website via de kennisbank ‘Feiten en Cijfers’. In de HBO-Monitor 2018 staat de arbeidsmarktpositie van de hbo-afgestudeerden uit het studiejaar 2016/2017 centraal. Eind 2018, ongeveer anderhalf jaar na afstuderen, hebben bijna 24.000 respondenten de enquête van de HBO-Monitor ingevuld. De respons is daarmee circa 36% van de benaderde afgestudeerden. Het gaat hierbij om studenten die afgestudeerd zijn aan een associate degree-, bachelor- of masteropleiding. 

Gerelateerd

Is ons onderwijs klaar voor de toekomst?

Actualiteit

Dat is de vraag die gesteld wordt in de jaarlijkse ‘Staat van het Onderwijs’ die de Onderwijsinspectie vandaag heeft uitgebracht. De inspectie stelt terecht dat studenten zekerheid willen over de waarde van hun diploma en hun toekomst. Studenten verwachten dat het onderwijs hen goed voorbereidt op een complexe en onzekere toekomst. “Het hbo staat er goed voor volgens de Onderwijsinspectie maar dat neemt niet weg dat we ons zeer bewust zijn van de maatschappelijke opdracht die het hbo heeft als voorbereider voor de uitdagingen van de arbeidsmarkt. Omdat beroepen en functies razendsnel veranderen stelt dat hoge eisen aan de flexibiliteit van onze onderwijsprogramma’s, de vernieuwing daarvan en de continue afstemming tussen opleidingen en het bedrijfsleven”, zegt Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen.

Lees meer

Unieke samenwerking versterkt verbinding onderwijs en onderzoek

Actualiteit

De VSNU, de Vereniging Hogescholen, de MBO Raad, de VO-raad en de PO-Raad lanceren op 1 april, in aanwezigheid van minister Van Engelshoven van OCW, Lerend onderwijs voor een lerend Nederland; een gezamenlijke ontwikkelagenda om te komen tot een effectieve kennisinfrastructuur voor het onderwijs. Een uniek moment, want voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, hebben de vijf sectorraden de handen ineen geslagen om de werelden van onderwijs en onderzoek met elkaar te verbinden. Met de ontwikkelagenda zetten zij een belangrijke stap om de innovatiekracht van het onderwijs te verbeteren en de kwaliteit van het onderwijs te vergroten. “Ontwikkeling van een nieuwe generatie gaat hand in hand met de ontwikkeling van onderwijsonderzoek. Hogescholen hebben met hun praktijkgerichte onderzoek direct impact in de klas”, aldus Nienke Meijer, collegevoorzitter Fontys Hogescholen en portefeuillehouder lerarenopleidingen in het bestuur van de Vereniging Hogescholen.

Lees meer

Geen noodzaak maatregelen numerus fixus

Actualiteit

Werken aan eerlijke kansen, toegankelijkheid en studiesucces is voor hogescholen een blijvende opdracht die ze graag samen met hun regionale partners oppakken. Maar de hogescholen zijn beducht voor nieuwe regelgeving omdat die vanwege de daarmee gepaard gaande bureaucratie vaak contraproductief uitpakt. Een voorbeeld daarvan vormt het voornemen om iedere numerus fixus aanvraag in de toekomst vooraf te gaan toetsen. Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, wijst op het zeer beperkte aantal numerus fixusopleidingen, dat is gedaald van 125 in 2016/17 naar slechts 41 in 2019/20. “Voorkom dus bureaucratie en geef hogescholen het vertrouwen hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Hogescholen maken alleen de keuze een numerus fixus op te leggen als dat echt noodzakelijk is”, aldus Maurice Limmen.

Lees meer