Standpunt naar overzicht

Flexibilisering v.o. en maatwerkdiploma’s

De Vereniging Hogescholen is voorstander van talentontwikkeling en meer maatwerk in het onderwijs voor leerlingen en studenten. Ook staan hogescholen positief tegenover mogelijkheden voor leerlingen om vakken op een hoger niveau af te ronden. Maar talentontwikkeling is niet louter een zaak van individuele ontplooiing. Belangrijk ook, vinden hogescholen, is het inspelen op sterk uiteenlopende leerstijlen en sociale achtergronden van leerlingen en studenten.

Dit standpunt heeft de Vereniging Hogescholen op woensdag 13 april 2016 ingebracht bij het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over “flexibilisering voortgezet onderwijs, maatwerkdiploma’s en effectieve leerwegen”.

Maximale talentontwikkeling is dé uitdaging waar het Nederlandse onderwijs voor staat, waarbij meer maatwerk een van de instrumenten is. Ook voor de hogescholen is talentontwikkeling een, zo niet de belangrijkste, prioriteit onder de noemer ‘kwaliteit & studiesucces’. Zo staat dat ook in de strategische agenda ‘#hbo2025: wendbaar en weerbaar’* van de hogescholen. Hogescholen zijn van oordeel dat versterking van talentontwikkeling veel meer omvat dan het verruimen van de mogelijkheid om vakken op verschillende niveaus te kunnen volgen. Even belangrijk, zo niet belangrijker, vinden zij het inspelen op sterk uiteenlopende leerstijlen en achtergronden van leerlingen en studenten.

Hogescholen voor maatwerk
Tegen deze achtergrond reageert de Vereniging Hogescholen genuanceerd op voornemens met betrekking tot de invoering van een maatwerkdiploma. De hogescholen zijn positief over de introductie van mogelijkheden om vakken op een hoger niveau af te ronden dan het schooltype waarvoor het diploma wordt behaald. In het verlengde hiervan zijn zij voorstander van een verruiming van mogelijkheden voor deze leerlingen om in te stromen in maatwerktrajecten in het hbo, zoals een driejarige vwo-route. Zij gaan hierover graag het gesprek aan met de relevante partners in het onderwijsveld.

Extra-curriculaire activiteiten kunnen helpen bij studiekeuze
Eveneens positief zijn de hogescholen over het beter benutten van de extra-curriculaire activiteiten van leerlingen bij de studiekeuze en de studieloopbaan. Hoewel hier geen overspannen verwachtingen van moeten worden gekoesterd, kan het helpen om het streven naar ‘de juiste student op de juiste plek’ verder vorm en inhoud te geven. Dit zou betekenen dat een te introduceren B-deel van het schooldiploma een expliciete rol gaat spelen in de processen van studiekeuze en matching die de afgelopen jaren zo’n intensieve ontwikkeling hebben doorgemaakt. Ook hierover gaan de hogescholen graag het gesprek met de partners in de onderwijsketen aan. Zij wijzen er daarbij op dat op veel plaatsen al nauwe relaties tussen hogescholen en het aanleverend onderwijs worden onderhouden, gericht op een betere aansluiting van onderwijsprogramma’s en doorstroom van studenten. De kwaliteit en maatschappelijke waarde van deze samenwerking kan worden versterkt door haar in te bedden in een transparant en eenduidig beleidskader dat op nationaal niveau wordt overeengekomen.

Talentontwikkeling wordt ook bepaald door sociale herkomst
Talentontwikkeling is niet louter een zaak van individuele ontplooiing. De praktijk leert dat studiesucces ook wordt bepaald door de sociale herkomst van studenten. De verschillen in studiesucces tussen verschillende groepen studenten die een zelfde schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs hebben gevolgd, vragen om beleid dat meer omvat dan individuele leerlingen meer keuzeruimte bieden. Daarom zijn de hogescholen er voorstander van dat in gelijke mate als aan de ontwikkeling van een maatwerkdiploma in het voortgezet onderwijs, aandacht wordt gegeven aan het bieden van pedagogisch maatwerk in het kader van maximale talentontwikkeling.

Maatwerkdiploma mag niet tot selectie leiden
De invoering van een diploma op maat kan voorts het stellen van algemene regels tot toelating tot het hbo onmogelijk maken en leiden tot toelatingsselectie voor alle studenten. Het is zeer de vraag of zulk toelatingsbeleid, waaraan voor onderwijsinstellingen én aankomende studenten hoge kosten kunnen zijn verbonden, leidt tot een doelmatige besteding van schaarse middelen. De bestaande diploma’s van mbo, havo en vwo moeten daarom een betrouwbare basis blijven waarop de hogescholen hun opleidingen kunnen voortbouwen. Het civiel effect van het diploma algemeen voortgezet onderwijs mag niet op het spel worden gezet.


Zie ook standpunt: #onderwijs2032 en de maatwerkdiploma’s


Gerelateerd nieuws

Talentontwikkeling is belangrijk, maar ook inspelen op leerstijlen en achtergronden

Actualiteit

De Vereniging Hogescholen is voorstander van talentontwikkeling en meer maatwerk in het onderwijs voor leerlingen en studenten. Ook staan hogescholen positief tegenover mogelijkheden voor leerlingen om vakken op een hoger niveau af te ronden. Maar talentontwikkeling is niet louter een zaak van individuele ontplooiing. Belangrijk ook, vinden hogescholen, is het inspelen op sterk uiteenlopende leerstijlen en sociale achtergronden van leerlingen en studenten.

Lees meer