Kennisbank / Sectoren

Meer van waarde

De hbo bachelor-opleidingen in de sociaal agogische sector moeten zich onder de nieuwe paraplunaam ‘Hogere Sociale Studies’ gaan richten op drie basisprofielen sociaal werk: integraal sociaal werk, sociaal werk langdurige zorg (ouderen gehandicapten, etc.) en sociaal werk in het brede jeugddomein.Op basis van deze profielen moeten studenten worden opgeleid tot hoogwaardige sociale professionals voor een werkveld waar grote veranderingen plaatsvinden. Dat adviseert de verkenningscommissie hoger sociaal agogisch onderwijs (hsao) in haar rapport ‘Meer van Waarde’. Voorzitter Thom de Graaf van de Vereniging Hogescholen ontving vandaag het advies uit handen van voorzitter Hans Boutellier van de verkenningscommissie hsao.

Het advies is een uitvloeisel van het zogenoemde hoofdlijnenakkoord tussen het ministerie van OCW en de Vereniging Hogescholen uit 2012. Hierin werd afgesproken om voor elk van de zeven hbo-sectoren het huidige opleidingsaanbod te toetsen aan de ontwikkelingen in het werkveld waarvoor de student anno 2014 wordt opgeleid. De verkenningscommissie hsao constateert dat het werkveld in het sociale domein drastisch aan het veranderen is. De sociale structuur van de samenleving verandert. Collectieve voorzieningen van vroeger maken plaats voor sociale structuren waar veel meer van burgers zelf wordt verwacht (burgerkracht en participatiesamenleving). Daarnaast nemen overheidsvoorzieningen (de verzorgingsstaat) af als gevolg van bezuinigingen en verschuiven overheidstaken door decentralisatie naar de lokale overheid waardoor gemeenten genoodzaakt zijn om sociale- en zorgvoorzieningen effectiever in te zetten.

Noodzaak
Volgens de commissie leiden deze ontwikkelingen tot enorme verschuivingen in het sociale landschap: grotere nadruk op rendement van investeringen, een roep om meer integraal werken, ondersteuning van (kwetsbare) burgers in de thuissituatie en een gelijktijdige roep om specialistische kennis en generiek werken. Deze veranderingen maken volgens de commissie een kwaliteitsslag in het sociale domein noodzakelijk. In het verlengde daarvan moet er een hernieuwd opleidingsaanbod komen dat studenten opleidt tot sociale professionals met een – naar aard en niveau – vernieuwd en sterker profiel.

De bachelor-opleidingen moeten, volgens het advies, een gemeenschappelijk gedeelte bevatten met de focus op kennis (stevig fundament op basis van sociale wetenschappen) en professionele houding. Daarbij moet de student zich in de bachelor-opleiding specialiseren in één van de drie basisprofielen. In een masterfase kan men zich dan nog verder ontwikkelen tot generalist (de commissie spreekt van ‘specialist-plus’) waarbij dan weer breder wordt gekeken. Het is aan de hogescholen zelf om te bepalen op welke wijze zij precies hun opleidingsaanbod (bachelor en master), op grond van de drie basisprofielen, verder vormgeven.

Deeltijdopleidingen
Kijkend naar de toekomst constateert de commissie dat de opleidingen hogere sociale studies hun focus niet primair moeten richten op het opleiden van meer studenten (de sector hsao telt nu ruim 50.000 hbo studenten). Vanwege de bezuinigingen zal de werkgelegenheid op de middellange termijn voor sociaal werkenden eerder dalen dan stijgen. De commissie wijst in haar advies wel op het grote belang van een goed aanbod aan deeltijdopleidingen, eveneens gestoeld op de nieuwe basisprofielen. Op grond daarvan kunnen ook de huidige werkenden (mbo’ers en hbo’ers) zich verder professionaliseren. Voor een goede afstemming tussen het onderwijs en het werkveld adviseert de commissie regionale samenwerkingsverbanden te ontwikkelen of te versterken door middel van netwerken waar praktijkgericht onderzoek, leren en werken met elkaar worden verbonden.

Tot slot adviseert de commissie het belang en de functie van de Hogere Sociale Studies actief uit te dragen door het maatschappelijk rendement en haar preventieve functie in het sociale- en zorg domein zichtbaar te maken.


Gerelateerde artikelen