Actualiteit

Wet stimuleert internationalisering en promotierecht voor lectoren

Vlaggen rechthoek

Vorige week is de Wet Bevordering Internationalisering hoger onderwijs aangenomen in de Eerste Kamer. Op een onderdeel na zijn hogescholen zeer tevreden met de wijzigingen in de wet. Zo worden double degree programma’s op basis van gesloten beurzen mogelijk gemaakt. Studenten hoeven daardoor niet bij twee instellingen het collegegeld te betalen. Zeer verheugd zijn hogescholen over de mogelijkheid dat lectoren in het hbo met een 0-urencontract bij een universiteit, nu ook het promotierecht kunnen krijgen. Over één onderdeel van de wet zijn hogescholen ontevreden, dat betreft de kosten bij talentselectie van bijvoorbeeld kunstopleidingen.

Lectoren kunnen ook profiteren van uitbreiding promotierecht
In het Eerste Kamerdebat kwam de uitbreiding van het promotierecht voor universitair hoofddocenten aan de orde. D66 vroeg aan de minister of ook bezoekende buitenlandse geleerden van de universiteit met een doctorsgraad kunnen profiteren van deze regeling, evenals gekwalificeerde hogeschoollectoren. De minister antwoordde instemmend dat dit mogelijk is als zij personeelslid zijn van een universiteit met de graad doctor, ook als het gaat om een nulaanstelling. Alexander Rinnooy Kan van D66 plaatste deze stap voor lectoren in een langetermijnperspectief: “Dan kunnen bijvoorbeeld ook gekwalificeerde hogeschoollectoren daarvan profiteren, in afwachting van een fundamentelere discussie over de verdere profilering van het onderzoek aan hogescholen en de eventueel daaraan te koppelen mogelijkheden van doctoraatsdifferentiatie.”

Extra impuls voor internationale samenwerking
Internationale samenwerking van hogescholen en universiteiten stimuleert de ontwikkeling van Nederland als kennismaatschappij, versterkt de innovatiekracht, de onderwijskwaliteit en is belangrijk voor de persoonlijke ontwikkeling van studenten. Hogescholen en universiteiten werken daarom al heel lang samen met buitenlandse instellingen. Zoals de naam van de wet al doet vermoeden, zal de wet Bevordering Internationalisering hoger onderwijs het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland een extra impuls geven. Dankzij de wet worden een aantal belemmeringen om gezamenlijke programma’s met buitenlandse partners te starten weggenomen. Zo worden double degree programma’s op basis van gesloten beurzen mogelijk gemaakt. Studenten hoeven daardoor niet bij twee instellingen het collegegeld te betalen. Daarnaast biedt de wet mogelijkheden voor het starten met transnationaal onderwijs. Zowel in de wet als in een nadere uitwerking (AMvB) zullen de waarborgen voor transnationaal onderwijs worden vastgelegd.

Hogescholen oneens met minister over selectiekosten
De minister zorgt met deze wet dat hogescholen geen vergoeding meer mogen vragen aan aankomend studenten bij talentselectie van bijvoorbeeld kunstopleidingen omdat dit volgens de minister zou leiden tot kansenongelijkheid. Volgens hogescholen is er geen enkele grond die de stelling van de minister onderbouwd. Om kansenongelijkheid tegen te gaan hebben hogescholen namelijk al jaren regelingen om economisch zwakke aspirant-studenten te ondersteunen. Het vragen van een vergoeding aan aankomend studenten bij talentselectie doen hogescholen met name om te bevorderen dat alleen serieuze, gemotiveerde studenten zich voor een selectieprocedure aanmelden. Het is hun ervaring dat het vragen van een eigen bijdrage de kwaliteit van selectie bevordert. Hogescholen waren extra verbaasd over het standpunt van de minister omdat zij zich in het verleden positief heeft uitgelaten over het vragen van een bijdrage aan studenten bij selectieprocedures. Deze complete draai zagen hogescholen niet aankomen. Vooral niet omdat de minister met de hogescholen al een jaar werkten aan het verhelderen van de overheidsregel waarbij de gerechtvaardigde verwachting bij hogescholen was gewekt dat zij deze kosten ook in de toekomst in rekening zouden mogen brengen. Tijdens de wetsbehandeling werd duidelijk dat de minister hogescholen niet tegemoet wil komen. Een aantal hogescholen is daarom inmiddels bezig met het voorbereiden van een juridische procedure tegen de Staat.

Differentiatie in versnelde hbo-trajecten voor vwo’ers
Ook een onderdeel van de wet gaat over de driejarige hbo-opleidingen voor vwo’ers. Twee jaar geleden is daarvoor de wet aangepast en werd de studielast voor een versneld, driejarig hbo-bachelor traject voor studenten met een vwo-diploma, 180 studiepunten (ECTS) in plaats van 240. In de praktijk bleek dat dit bij een deel van de opleidingen prima gaat, bijvoorbeeld bij hbo-opleidingen waar meer theoretische vakken als wiskunde of economie zijn vereist. Vwo’ers hebben voor dergelijke vakken immers een jaar langer voortgezet onderwijs gevolgd dan havisten. Bij opleidingen waar veel praktische kennis moet worden opgedaan, zoals bij opleidingen in de zorg, blijkt het vastleggen van een maximale studielast van 180 ECTS echter een probleem. Bij deze opleidingen blijkt, mede op grond van eisen die de Wet BIG stelt en om te voldoen aan internationale eisen, een studielast van 240 studiepunten noodzakelijk. Deze discrepantie heeft tot gevolg dat driejarige hbo-trajecten in de zorgsector tot nu toe zijn gestaakt. Om de driejarige opleidingen voor vwo’ers in alle sectoren te stimuleren zijn hogescholen dan ook blij dat de wet nu is gewijzigd en instellingen zelf de vrijheid krijgen om de inrichting van een 3-jarige opleiding voor vwo’ers vast te stellen. Die kan 180 dan wel 240 ECTS bedragen, afhankelijk van de nationale en internationale vereisten die aan een opleiding worden gesteld.