Actualiteit

Omscholingstraject Make IT Work Hogeschool van Amsterdam wint Pro-Motor Award 2018

Make it work   hva

Omscholingstraject Make IT Work van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) heeft dit jaar de Pro-Motor Award 2018 gewonnen. De jaarlijkse prijs voor een ambitieus idee werd woensdagavond 28 november uitgereikt door Mariëtte Hamer, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. De award stimuleert onderscheidende samenwerkingen tussen het onderwijs, bedrijfsleven en de overheid.

Hoog rendement
Volgens de jury is Make IT Work - dat hoogopgeleiden zonder specifieke IT-achtergrond omschoolt naar een IT-functie op hbo-niveau - onder meer opgevallen door het hoge rendement. Van de deelnemers sluit 91% het project succesvol af en is 97% blijvend werkzaam in de IT. Make IT Work heeft al 276 studenten (waarvan een derde vrouw is!) kunnen afleveren en 83 bedrijven aangesloten. Het project wordt daarnaast op Europees niveau gewaardeerd en geldt als een voorbeeld voor andere EU-landen op het gebied van digitalisering.

Uitbreiden mogelijk
Ook de mogelijkheid om het project verder uit te breiden, kan op verlof van de jury rekenen. ‘Het initiatief van de Hogeschool van Amsterdam laat nu al zien dat het nadrukkelijk opschaalbaar is en overdraagbaar naar andere opleidingsvormen in het beroepsonderwijs en vormen van samenwerking van bedrijven en overheden daarmee.’

Genomineerden
Make IT Work nam het woensdag op tegen vier andere genomineerden: Power Course, Extra Strong, Beyond en Open Learning Labs. Belangrijk voor de jury dit jaar was dat de projecten nadrukkelijk een bijdrage leveren aan de versterking en vernieuwing van de mogelijkheden van Leven Lang Ontwikkelen.

De Pro-Motor Award is een initiatief van Katapult, een netwerk van meer dan 150 samenwerkingsverbanden tussen het onderwijs en bedrijfsleven.


(Bron en foto: website Hogeschool van Amsterdam)

Gerelateerd

Gelijkwaardig maar verschillend: hogescholen en universiteiten werken samen aan de toekomst van het stelsel

Actualiteit

Vandaag hebben de universiteiten en de hogescholen een gezamenlijk position paper gepubliceerd. De universiteiten en hogescholen hebben in dit paper gezamenlijke ambities geformuleerd en prioriteiten benoemd voor de komende jaren. De focus ligt op meer differentiatie binnen het stelsel van hoger onderwijs, tussen instellingen, in onderwijsaanbod en in persoonlijke routes van de student. Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen: ”We doen dit alles vanuit de basisgedachte dat hogescholen en universiteiten “gelijkwaardig, maar verschillend” zijn. We willen ervoor zorgen dat Nederlandse studenten sneller op de voor hen meest geschikte opleiding terecht komen.“ VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg: “We willen samen stappen zetten om het stelsel van hoger onderwijs voor te bereiden op de toekomst. Met meer samenwerking kunnen we meer betekenen voor studenten en maatschappij.”

Lees meer

Reactie op rapport SEO over leerrechten voor elke burger

Actualiteit

"Het belang van Leven Lang Ontwikkelen kan niet genoeg worden benadrukt. Daarom is het goed dat het SEO-rapport ‘Leerrechten doorgerekend’ de mogelijkheden verkent om scholing voor werkenden toegankelijker te maken. De Vereniging Hogescholen ziet aanknopingspunten in het rapport, vooral als het gaat om het bij- en omscholen op het reeds behaalde niveau. De hogescholen hebben daarom ook al eerder gepleit voor extra leerrechten voor hbo-alumni die een (onderdeel van een) tweede bachelor willen doen. Dit is een belangrijk middel om tekorten op de arbeidsmarkt aan te pakken.

Lees meer

Verbazing over adviesrapport AWTI

Actualiteit

De Vereniging Hogescholen heeft met verbazing kennis genomen van het advies ‘Het stelsel op scherp gezet’ van de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) over de toekomst van het Nederlands stelsel van Hoger onderwijs. Het rapport stelt terecht dat het hoger onderwijs van hoge kwaliteit is en grijpt terug op bekende voorstellen om de kwaliteit verder te verbeteren. Daarbij wordt onvoldoende rekening gehouden met recente besluiten (sectorakkoorden), initiatieven die in de beginfase van uitvoering zijn (Wetenschapsagenda) en lopende gesprekken (zoals die tussen de VH en de VSNU). De aanbevelingen berusten vervolgens op centralistische planvorming, waarvan is aangetoond dat dit niet werkt.

Lees meer