Actualiteit

Hogescholen en universiteiten presenteren gezamenlijke toekomstvisie internationalisering

Het moet voor buitenlandse talentvolle studenten aantrekkelijker worden om in Nederland te komen studeren. Een nationaal beurzenprogramma is daarvoor een belangrijke aanjager. Voor de kwaliteit van het hoger onderwijs, dat steeds internationaler wordt, is het van groot belang dat er meer buitenlandse studenten naar ons land komen. Omgekeerd is het belangrijk dat meer Nederlandse studenten (een deel van) hun studie in het buitenland volgen. Deze boodschap staat in de gezamenlijke ‘Visie Internationaal’ van de Vereniging Hogescholen en de Vereniging van Universiteiten (VSNU) die vandaag aan minister Bussemaker van Onderwijs is overhandigd.

Het hebben van een stevig beurzenprogramma, als visitekaartje van het Nederlands hoger onderwijs, biedt een sterk competitief voordeel. In Nederland is in 2012 het succesvolle Huygensbeurzen-programma stopgezet. Ondertussen investeren landen als Groot-Brittannië, Duitsland, Denemarken, Zweden en Finland wel in beurzenprogramma’s om buitenlands talent aan te trekken. De grootste talenten laten hun keuze om elders te gaan studeren mede afhangen van de financiële mogelijkheden die hen wordt geboden. Zonder een nieuw generiek beurzenprogramma prijst Nederland zichzelf uit de markt. Het hoger onderwijs roept de minister op om hier werk van te maken.

Branding van unieke karakter Nederlandse hoger onderwijs
Een beurzenprogramma alleen is niet voldoende om buitenlandse studenten over de streep te trekken. Deze groep moet ook via actieve branding van het unieke karakter van het Nederlandse hoger onderwijs en onderzoek overtuigd worden. Het gaat dan onder meer over het brede onderwijsaanbod: van korte arbeidsmarktgerichte Associate Degrees tot gespecialiseerde masters, over de sterke verwevenheid tussen onderwijs en onderzoek, over het brede pallet aan Engelstalige opleidingen en over de nauwe samenwerking tussen het hoger onderwijs en het bedrijfsleven.  Het actief uitdragen van de goede reputatie van het Nederlandse hoger onderwijs en onderzoek is nodig om ook op termijn voldoende studenten en docenten te interesseren om hier te komen studeren of te werken. Een belangrijk podium voor de branding zijn Nederlandse handels- en kennismissies waaraan het hoger onderwijs actief wil deelnemen.

Buitenlands talent goed voor (kennis)economie
Internationale studenten en docenten leveren een belangrijke bijdrage aan het versterken van de Nederlandse kenniseconomie. Een internationale mix van studenten en docenten verstevigt allereerst de kwaliteit van het Nederlandse hoger onderwijs en onderzoek. Talentvolle afgestudeerde buitenlandse studenten zijn verder belangrijk voor Nederland, omdat hun kennis ten goede komt aan onze innovatie- en concurrentiekracht, zeker wanneer zij na hun studie in Nederland blijven werken. Om de instroom van buitenlands talent te verhogen wordt, naast het pleidooi voor een beurzenprogramma, ook gewerkt aan de verdere uitbouw van het systeem van de ‘international classroom’, waarbij studenten uit het binnen- en buitenland in dezelfde klas zitten. Ook willen universiteiten en hogescholen meer investeren in digitalisering van het onderwijs en in de Engelse taalvaardigheid van onderwijs- en onderzoekspersoneel. 

Nederlandse studenten naar het buitenland
Internationalisering gaat ook om ‘uitgaande mobiliteit’ van studenten, aldus de ‘visie Internationaal’. Het Nederlandse hoger onderwijs wil zich meer inspannen om het aantal studenten dat (een deel van) hun studie in het buitenland volgt, te vergroten. Buitenlandervaring biedt een kwalitatieve verdieping van de studie en vergroot bovendien de kansen op de arbeidsmarkt. Om het aantal uitgaande studenten te verhogen, willen universiteiten en hogescholen meer werk maken van gerichte samenwerkingsverbanden met onderwijsinstellingen in het buitenland. Door met die instellingen afspraken te maken over het erkennen van elkaars studiepunten, wordt de drempel voor Nederlandse studenten minder hoog om naar het buitenland te gaan.

De VSNU en Vereniging Hogescholen roepen de minister op om de gezamenlijke internationaliseringsvisie nauw te betrekken bij haar eigen visie over de internationalisering van het onderwijs, die ze naar verwachting nog voor de zomer naar de Tweede Kamer zal sturen.

Gerelateerd

Goede perspectieven voor hbo’ers op de arbeidsmarkt

Article

Hbo-afgestudeerden doen het in de regel nog steeds goed op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit de jaarlijkse HBO-Monitor van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Maastricht University. Belangrijkste conclusie uit de monitor: hbo-opgeleiden van de lichting 2019/2020 hebben bijna allemaal werk; vier van de vijf werken op het hbo-niveau waarvoor ze zijn opgeleid en 60 procent heeft al een vaste baan. “Het is mooi om te zien dat mensen na het voltooien van een hbo-opleiding meestal goed hun weg vinden. Het toont ook aan dat Nederland zit te springen om de professionals die op onze hogescholen worden opgeleid”, zegt Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen.

Lees meer

Ambitieuze plannen maar nog weinig houvast voor hbo

Article

“De coalitiepartijen hebben ambitieuze plannen gepresenteerd die passen bij de uitdagingen waar we als Nederland voor staan.” Dat is de eerste reactie van Maurice Limmen, voorzitter Vereniging Hogescholen op het vandaag gepubliceerde coalitieakkoord. Limmen: “Maar voor het hbo biedt het coalitieakkoord nog weinig houvast. Er moet nog veel worden uitgewerkt en onderbouwd. Zo is  onduidelijk wat de precieze investeringsambities zijn op het gebied van praktijkgericht onderzoek in het hbo. Voor wat betreft om- en bijscholing lijken deze ambities in ieder geval beperkt. Hierover gaan we graag snel in gesprek met de nieuwe bewindspersonen.”

Lees meer

Hogescholen verheugen zich op 'normale' start studiejaar

Article

Hogescholen mogen het studiejaar op 30 augustus starten zonder dat er 1,5 meter afstand hoeft te worden gehouden. Dat betekent dat zo'n half miljoen hbo-studenten weer volledig fysiek onderwijs kunnen volgen. Dat heeft het kabinet vandaag besloten na overleg over de versoepeling van de coronamaatregelen. Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen is verheugd met dat besluit: “We kijken er erg naar uit om onze studenten weer te verwelkomen op de campus. We kunnen starten met een ‘normaal’ studiejaar en dat is voor studenten van essentieel belang. Want leren doe je samen, met elkaar en van elkaar.” Ook voor docenten en medewerkers is het belangrijk dat ze nu eindelijk weten waar ze aan toe zijn en weer fysiek onderwijs kunnen geven. Limmen benadrukt dat er ook voorzichtigheid geboden is: “We blijven communiceren dat zelftesten en hygiëne-maatregelen belangrijk zijn voor de veiligheid van jezelf en anderen. En natuurlijk als je gaat studeren, laat je vaccineren.”

Lees meer