Actualiteit

Hogescholen blijven zich inzetten voor beheersbare en verantwoorde groei bij Verpleegkunde

Gezondheidszorg 5

Hogescholen zagen de afgelopen jaren een stijging van de instroom van het aantal studenten in het zorgonderwijs bij hbo-verpleegkunde, van ruim 4.600 in 2014 naar maar liefst 6900 studenten in 2017. Vanwege de groeiende vraag naar arbeidskrachten in de zorg, hebben de ministeries van VWS en OCW eerder al  met werkgevers en hogescholen afgesproken dat ze zich gezamenlijk inzetten voor maximale verantwoorde groei van het aantal studenten verpleegkunde. "De kwaliteit van ons onderwijs staat voorop en daarom kunnen we alleen verantwoord groeien als er voldoende stageplekken beschikbaar zijn", zei Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, in eerdere berichtgeving hierover.

Kwalitatief hoogwaardige verpleegkundigen door maximaal beheerste groei
Hogescholen en werkgevers delen een hoge ambitie om te voldoen aan de grote vraag naar kwalitatief hoogwaardige verpleegkundigen. Zij hebben daarom uitgesproken zich gezamenlijk in te zetten voor maximale verantwoorde groei van het aantal studenten. Met een extra groeicapaciteit van circa 2.000 voltijd studenten voor dit studiejaar (2017-2018) maakten hogescholen met werkgevers al een enorme sprong vooruit. Dit leidde vervolgens tot een instroomgroei in de sector gezondheidszorg van maar liefst 9%. In het studiejaar 2017-2018 starten ruim 6900 studenten (nieuwe studenten en wisselaars) bij de verpleegkunde opleidingen. Om voor het komend studiejaar 2018-2019 een maximale beheerste groei van het aantal studenten mogelijk te maken, hebben 10 van de 17 hogescholen een numerus fixus gehanteerd. Daarmee maken de hogescholen wel de groei mogelijk maar blijft deze beheersbaar en daardoor verantwoord.

Uitdaging: genoeg stage plaatsen
Extra groei vraagt een enorme inzet van hogescholen om te zorgen voor kwalitatief goed onderwijs, o.a. als het gaat om de hoeveelheid beschikbare praktijkruimtes en voldoende gekwalificeerde docenten om de studenten op te leiden. Deze uitdaging geldt ook voor werkgevers waar het gaat om het bieden van goede en aantrekkelijke stages. Bij voldoende beschikbare stageplekken is er geen reden om een fixus aan te vragen. Zo besloot Fontys dit jaar haar numerus fixus terug te trekken omdat zij voldoende stageplekken hadden kunnen regelen. In het blad Nursing zeiden zij hierover: ‘De enige reden dat we een numerus fixus hadden voor verpleegkunde, was de beschikbaarheid van stageplaatsen’, zegt faculteitsdirectrice Karen Cox. Fontys ziet dat zorgorganisaties meer stageplaatsen aanbieden en daarmee is de noodzaak voor een studentenstop voor de hogeschool weg. 

Gerelateerd

Volgende stap in betere aansluiting mbo hbo

Actualiteit

In vele regionale samenwerkingsprojecten spannen hogescholen zich samen met het mbo en het vo in om de doorstroom verder te verbeteren. De Vereniging Hogescholen en de MBO Raad zetten een nieuwe stap in de verbetering van de aansluiting en doorstroom tussen mbo en hbo het ondertekenen van het convenant ‘doorstroom mbo-hbo’. De doorstroom van het mbo naar het hbo is nog steeds dé emancipatieroute voor eerste generatiestudenten naar het hbo.

Lees meer

Transparante en goede studievoorlichting van cruciaal belang voor NSE 2020

Actualiteit

OCW heeft een voorstel gedaan voor de uitvoering van de NSE 2020, na gesprekken met studentenbonden, VSNU, VH en enkele hoger onderwijsinstellingen. De hogescholen zijn voorstander van transparante en goede studievoorlichting en kwaliteitszorg. De hogescholen zien echter onvoldoende garanties voor een goede uitvoering van het voorstel van OCW in 2020. “De resultaten van de NSE worden gebruikt door aankomende studenten bij de bepaling van hun studiekeuze. Er mag geen enkele discussie zijn over de vergelijkbaarheid van de resultaten met andere jaren”, aldus Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen.

Lees meer

Verbazing over adviesrapport AWTI

Actualiteit

De Vereniging Hogescholen heeft met verbazing kennis genomen van het advies ‘Het stelsel op scherp gezet’ van de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) over de toekomst van het Nederlands stelsel van Hoger onderwijs. Het rapport stelt terecht dat het hoger onderwijs van hoge kwaliteit is en grijpt terug op bekende voorstellen om de kwaliteit verder te verbeteren. Daarbij wordt onvoldoende rekening gehouden met recente besluiten (sectorakkoorden), initiatieven die in de beginfase van uitvoering zijn (Wetenschapsagenda) en lopende gesprekken (zoals die tussen de VH en de VSNU). De aanbevelingen berusten vervolgens op centralistische planvorming, waarvan is aangetoond dat dit niet werkt.

Lees meer