Inzet Verkiezingen: Meer differentiatie en flexibiliteit

Hogescholen als kraamkamer van pluriformiteit

Excellent hoger onderwijs vereist meer differentiatie tussen instellingen maar ook meer samenwerking, meer integratie en minder belemmeringen. Individuele talentontwikkeling en maatwerk in het onderwijs zijn richtinggevende begrippen. De Nederlandse economie en maatschappij vraagt om beroepsprofessionals die hoogwaardige kennis hebben en ook innovatief, kritisch en creatief zijn. Onderwijs aanbieden dat beter aansluit op de individuele wensen van studenten en werkenden, en ook inspeelt op veranderingen in de samenleving, vraagt van hogescholen dat ze flexibel zijn. Bijvoorbeeld om meer maatwerk te leveren in de aansluiting tussen het vo/mbo naar het hbo, in het aanbod voor leven lang leren en binnen het stelsel van hbo en wo. Voor toekomstbestendig onderwijs, waarbij de individuele student als uitgangspunt wordt wordt genomen voor de inrichting van het onderwijs, vraagt de Vereniging Hogescholen het volgende kabinet om meer ruimte in wet- en regelgeving voor meer flexibiliteit en meer ruimte om te experimenteren.

Hefbrug voor gelijke kansen in het onderwijs
Er zijn weinig onderwerpen waar de agenda van de overheid en de hbo-sector zo in elkaars verlengde liggen, als gelijke kansen. De emancipatiefunctie behoort tot de kern van het DNA van het hbo. De doorstroom mbo-hbo is een sterk en uniek punt in het Nederlandse onderwijs. Voor het bevorderen van gelijke onderwijskansen is een goede mbo-hbo aansluiting van groot belang. In de grote steden in de randstad heeft bijna 70% van de mbo-4 studenten een migrantenachtergrond. Daarnaast is een groot deel van de mbo-4 studenten eerste generatiestudent. Hier ligt voor hogescholen een grote maatschappelijke opdracht. Om de samenwerking mbo – hbo te versterken, ontwikkelen hogescholen vele initiatieven. In veel regio’s zijn er structurele samenwerkingsverbanden tussen ROC ’s en hogescholen en ook de ontwikkeling van de doorstroomkeuzedelen in het mbo, van loopbaantrajecten, praktijkgericht onderzoek en de verbreding van AD-programma’s geven een nieuwe impuls aan de samenwerking.

Meer experimenteerruimte om aansluiting te verbeteren
De Vereniging Hogescholen pleit voor meer experimenteerruimte om het aansluitingsvraagstuk aan te pakken, zoals bijvoorbeeld in de Randstad met de zogenaamde schakelprogramma’s mbo-hbo. Met de maatregelen uit de Gelijke kansen brief van OCW van oktober 2016 wordt die ruimte echter nog onvoldoende geboden en wordt voorbijgegaan aan alle inspanningen die de afgelopen jaren zijn gedaan. De Vereniging Hogescholen pleit nadrukkelijk voor het samen met studenten ontwikkelen van verbetervoorstellen. Daarnaast pleit de Vereniging Hogescholen voor meer en stevigere netwerken tussen vo/mbo scholen en het hoger onderwijs om de overstap tussen onderwijssoorten te verbeteren en hier extra budget voor beschikbaar te stellen.  

Een flexibel en gevarieerd palet
Het belang van kennis en innoverend vermogen neemt toe. Hoogwaardige professionals beschikken in de nabije toekomst over de nieuwste kennis en over onderzoekend vermogen. Ze zijn flexibel en wendbaar. Hogescholen zetten daarom in op het realiseren van meer honours- en excellentietrajecten binnen de bacheloropleiding, meer deeltijdonderwijs, Leven Lang Leren en meer Associate Degree-opleidingen. Die AD-opleiding is een volwaardige graad (niveau 5) binnen het hbo. Daarnaast investeren hogescholen steeds meer in talentprogramma’s, bijvoorbeeld op het gebied van maatschappelijke betrokkenheid, ondernemerschap, kunst, excellentie en/of sport. Deze talentprogramma’s bieden studenten de kans om hun talenten optimaal te ontplooien, binnen en buiten de studie. De toenemende hogere eisen die de samenleving stelt aan hbo-professionals, vereist ook een groter aanbod aan hbo-masters. Hogescholen willen de komende jaren een volwaardig aanbod van professionele masteropleidingen aan hogescholen creëren.

Ruimte voor ontwikkeling
Binnen de OECD wordt wel gesteld dat het scherpe onderscheid tussen academisch en professioneel een weerspiegeling is van de arbeids- en beroepencontext van de twintigste eeuw, maar niet van de 21ste. Er dient ruimte te zijn voor een ontwikkeling die niet gericht is op splitsing maar op een continuüm van meer academisch naar meer professioneel, tussen en dwars door de instellingen voor hoger onderwijs. Ook dat vraagt om flexibiliteit en experimenteerruimte en een gelijkwaardige bekostiging van alle bachelor- en masteropleidingen. Meer flexibiliteit is ook nodig om het deeltijd hoger onderwijs verder inhoud te geven. De hogescholen rekenen, een volwaardig aanbod van op werkenden toegesneden deeltijdopleidingen tot hun verantwoordelijkheid, juist vanwege hun sterke relatie met het beroepenveld. Zij richten zich overeenkomstig hun publieke taak primair op diploma-onderwijs voor associate degree, bachelor en master. Meer ruimte om dat onderwijs, in vorm en plaats, toe te spitsen op individuele wensen en behoeften van studenten en professionals, is een noodzakelijke volgende stap.


Onze inzet: