Financiën HBO
De inkomsten van de hogescholen, in 2010 een bedrag van ruim 3,4 miljard euro, bestaan voor twee derde uit een rijksbijdrage van de overheid, bestemd voor de onderwijs en onderzoekstaken. Deze rijksbijdrage wordt berekend op basis van aantallen studenten en rendement, en verstrekt in de vorm van een lumpsum. Het resterende deel van de inkomsten bestaat voor ongeveer de helft uit collegegelden en voor de andere helft uit opbrengsten van activiteiten die voor derde partijen worden verricht, waaronder dienstverlening aan bedrijven en instellingen.
Het aandeel van de personele lasten in het totaal van de lasten van de hogescholen ligt rond de 70%. Het aandeel van de huisvestingskosten in de totale lasten vertoont een gestaag dalende lijn en bedraagt in 2010 7%. Afschrijvingen en beheerskosten zijn goed voor de resterende 23% van de kosten van de hogescholen.
De toegenomen zelfstandigheid van de hogescholen brengt met zich mee dat zij zelf de risico's van ontwikkelingen in de vraag naar onderwijs moeten dragen. Dat vraagt om een stevig weerstandsvermogen. In de afgelopen jaren zijn de hogescholen erin geslaagd om als branche te voldoen aan de eisen die hiertoe zijn gesteld. Sinds 2006 ligt de solvabiliteit rond de 35% waarmee wordt voldaan aan de eisen die de commissie Smits heeft geformuleerd.
